Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Werken in uitvoering
Onderdelen
U bent hier: Home Gemeente Andere diensten Werken in uitvoering Algemene riolering Waterzuiveringsstation

Waterzuiveringsstation

Het waterzuiveringsstation van Hotton werd op vrijdag 20 juni 2008 ingewijd in de aanwezigheid van de Minister van Landbouw, Ruraliteit, Milieu en Toerisme van het Waals Gewest en de Minister van Binnenlandse Zaken en  Openbaar Ambt van het Waals Gewest.
Dit station, met een capaciteit van 2000 equivalente inwoners, zal het afvalwater van Hotton, Melreux en Hampteau  zuiveren en zal ook  aan  de bewaring van badzones in Hotton en in Noiseux deelnemen.

 

PRESENTATIE VAN HET PROJECT

1. Algemene inlichtingen:

Subsidiërende macht S.P.G.E. à 100%
Opdrachtgever A.I.V.E.
Jaarlijkse exploitatiekosten  per equivalent- inwoner +/- 12,50 €
Adres: Rue de NAIVE, HOTTON


Technische eigenschappen van het waterzuiveringsstation:

Nominale capaciteit 4.000 EH
Dagelijks Debiet 720 m3/j
Maximaal debiet dat in biologische verwerking aanvaard is. 120 m3/h
Dagelijkse lading in DBO5 216 kg/jour
Dagelijkse lading in MES 360 kg/jour


Te respecteren lozingsnormen :

DBO5:   15 mg O2/l DCO:   75 mg O2/ MES:   20 mg/l

2. Watercircuit :

Het water komt door collectors aan het waterzuiveringsstation aan. Een pompput verhoogt dit debiet om een gravitaire stroom gedurende de hele biologische verwerking mogelijk te maken.
Een eerste behandeling bestaat uit de fijne ontrastering die stevig afval hoger dan 6mm verwijdert. Het behouden afval wordt in een container gecompacteerd, gestort en gestockeerd.
Deze behandeling wordt door een ontzanding gevolgd. Dit werk bestaat uit de verwijdering van de niet-organische stoffen uit  de instroom. Deze operatie wordt in een werk met dubbele kanalen uitgevoerd en geeft de mogelijkheid om het zand met +/- 90% te werwijderen.
Dan wordt het debiet verdeeld tussen de debieten die door de biologie aanvaard zijn en stormdebieten. Een debietverdeler die uit een roestvrije stortgoot bestaat verzekert deze verdeling. Wanneer het voortdurend regent of wanneer het onweert wordt een deel van het debiet naar een onweerreservoir omgeleid. In dit reservoir ondergaat het water een bezinking van de sedimentaire stoffen.
Het debiet dat door de biologie aanvaard is wordt naar het beluchtingbekken (770 m3) gestuurd. Dit bekken wordt voorafgegaan door een contactbekken of selector die een efficiënt mengsel van de instroom en de recirculatiemodeer.
Het is in dit beluchtingbekken dat er zich zuiverende micro-organismen in de aanwezigheid van zuurstof ontwikkelen en die de biologisch afbreekbare vervuiling die aanwezig is in afvalwater consumeren. Dit process wordt «geactiveerde modder " genoemd. De zuurstof die voor micro-organismen noodzakelijk is, wordt door drie donorladingen geleverd. De luchtnoodzaak wordt op +/- 700 m3/h geschat. De zuurstof wordt over de hele bodem van het werk gespreid en wordt in functie van de instantbehoeften die continu door een sonde gemeten worden, geinjecteerd.
De laatste stap voor de biologische behandeling bestaat uit het scheiden van gezuiverd water en de modder die door de micro-organismen gevormd werd en die zich daar ontwikkeld hebben. Deze scheidingsfase wordt in de bezinker (+/- 410 m3) uitgevoerd.
Voordat ze terug naar de beek van de NAIVE gaat, ondergaat  het gezuiverde water een laatste ontsmetting door ultraviolet om alle micro-organismen die in het water nog aanwezig zijn te verwijderen.
Deze behandeling is in de periode van 15 mei tot 15 september voorzien.

3. Moddercircuit:

Bezonken modder in de zuiverer wordt « secundaire modder » genoemd.
Ze wordt gepompt en naar het contactbekken terugestuurd (selector) om de verse modder van de instroom te zaaien. Een deel van deze secundaire modder wordt uit het systeem geëxtraheerd en vormt de « overtollige modder » die van de vermenigvuldiging van de micro-organismen komt.

Deze worden uit de zuiverer geëvacueerd en ze worden in een moddersilo (+/- 600 m3) gestockeerd waar ze dikker worden dankzij draineerbuizen die regelmatig in het werk geplaatst worden.
De productie van overtollige modder wordt op +/- 200 kg droge stoffen per dag geschat.
De silo maakt de opslag van de overtollige modder +/- 90 operationele dagen van het station mogelijk.

4. Integratie van het station in de omgeving:

Alle constructieve, technische en landschappelijke bepalingen werden uitgevoerd om het lawaai en de reukhinder te beperken en om het station zo goed mogelijk in de gekozen site te integreren.

De apparatuur die lawaai zou kunnen maken wordt omgedraaid en geïsoleerd. Alle gevoelige zones die de geuren betreffen, worden systematisch gedekt, ofwel door betonnen platen ofwel door larme platen (put met drijvers, modderpit).

De werken in behandelingsbeton zijn alleen maar maximum 0,75 m hoger dan het niveau van de grond (gecombineerde ventilatie –zuiverer –silo met modder).
Er is alleen maar de zone van fijne zeef  die  met meer dan+/- 1,80 m opduikt, evenals het dienstgebouw.
Deze zones worden zo goed mogelijk met struikvegetatie en lage beplantingen gemaskerd.

Sommige hoge stengels herinneren de achtergrond met sommige hoge bomen;  de oppervlakte en de hellingen worden met gras en bosjes bedekt en passen bij de aangrenzende voeren. Er zijn ook enkele massieven die het dienstgebouw deels maskeren.

5. Teletransmissie: 

Het station is uitgerust met computer gereedschap en telecommunicatie gereedschap die de gegevensverwerking op afstand en de bewaking op afstand mogelijk maken. Deze apparaten verzekeren een afstandcontrole en een voortdurende bewaking, en ze vermijden ook de noodzaak om een permanente menselijke aanwezigheid te hebben.

Document acties